Verticaal transport personen (werken op hoogte)

Als er gewerkt moet worden op plekken die moeilijk bereikbaar zijn, dan is het van belang dat hiervoor de juiste middelen gebruikt worden. Het verkeerd gebruik van hulpmiddelen om op hoogte te komen leidt al snel tot onaanvaardbare risico’s. De verleiding kan groot zijn om het oplossen van een storing of een reparatie ‘even’ te doen zonder de juiste middelen toe te passen. Dit heeft tot vele fatale ongevallen geleid. Om dit te voorkomen zijn de navolgende afspraken in de branche gemaakt

  • Het voor werkzaamheden op hoogte brengen van personen gebeurt alleen met daarvoor bestemde en veilig uitgeruste voorzieningen. Voor het bereiken van werkplekken op hoogte wordt gebruik gemaakt van veilige hulpmiddelen die garanderen dat medewerkers niet ten val komen. Er wordt niet op stellingen of installaties geklommen
  • Medewerkers die vanuit werkbakken een hoger gelegen plaats betreden kunnen dat zonder valgevaar doen
  • Voor de medewerkers die werkzaamheden op hoogte verrichten zijn er toereikende voorzieningen om in noodsituaties op veilige wijze deze tijdelijke werkplek te verlaten
  • Er wordt niet langdurig gewerkt op ladders bij werkzaamheden boven de 2,5 meter hoogte.
  • Medewerkers die liften, hoogwerkers of werkbakken gebruiken zijn daarvoor aantoonbaar passend opgeleid of geïnstrueerd.
  • Liften, hoogwerkers en werkbakken worden minimaal jaarlijks gekeurd door erkende instellingen of personen.

Naast deze afspraken moet uiteraard ook voldaan worden aan de wettelijke voorschriften. Bij het toepassen van werkbakken die op de heftruck zijn bevestigd gelden specifiek de Arbobesluit artikelen 7.18 en 7.23. Belangrijke te respecteren punten hieruit zijn:

  • Werken vanuit een werkbak bevestigd op een heftruck is alleen toegestaan voor incidentele werkzaamheden (enkele malen per jaar) die niet langer duren dan 4 uren, op plaatsen die niet op een andere veilige manier te bereiken zijn.
  • Werkbak plus inhoud is tezamen niet zwaarder dan de helft van de maximale belasting van de heftruck in de meest ongunstige stand.
  • Voor het verplaatsen van de heftruck met geheven werkbak geldt een maximumsnelheid van 2,5 km/uur.
  • Tijdens de werkzaamheden in de werkbak is de heftruck continu bemand.
  • De werknemer in de werkbak beschikt over een doeltreffend communicatiemiddel.
  • Het gebruik van de werkbak voldoet verder aan de eisen in NEN 1757 1 t/m 4, waarin onder meer eisen gesteld worden als: de werkbak is aan de vork of vorkenbord geborgd en er is een goed werkende noodsignaalfunctie.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Relatie met wet

Arbobesluit art. 7.18 en 7.23

Verticaal transport personen (werken op hoogte)

Als er gewerkt moet worden op plekken die moeilijk bereikbaar zijn, dan is het van belang dat hiervoor de juiste middelen gebruikt worden. Het verkeerd gebruik van hulpmiddelen om op hoogte te komen leidt al snel tot onaanvaardbare risico’s. De verleiding kan groot zijn om het oplossen van een storing of een reparatie ‘even’ te doen zonder de juiste middelen toe te passen. Dit heeft tot vele fatale ongevallen geleid. Om dit te voorkomen zijn de navolgende afspraken in de branche gemaakt

  • Het voor werkzaamheden op hoogte brengen van personen gebeurt alleen met daarvoor bestemde en veilig uitgeruste voorzieningen. Voor het bereiken van werkplekken op hoogte wordt gebruik gemaakt van veilige hulpmiddelen die garanderen dat medewerkers niet ten val komen. Er wordt niet op stellingen of installaties geklommen
  • Medewerkers die vanuit werkbakken een hoger gelegen plaats betreden kunnen dat zonder valgevaar doen
  • Voor de medewerkers die werkzaamheden op hoogte verrichten zijn er toereikende voorzieningen om in noodsituaties op veilige wijze deze tijdelijke werkplek te verlaten
  • Er wordt niet langdurig gewerkt op ladders bij werkzaamheden boven de 2,5 meter hoogte.
  • Medewerkers die liften, hoogwerkers of werkbakken gebruiken zijn daarvoor aantoonbaar passend opgeleid of geïnstrueerd.
  • Liften, hoogwerkers en werkbakken worden minimaal jaarlijks gekeurd door erkende instellingen of personen.

Naast deze afspraken moet uiteraard ook voldaan worden aan de wettelijke voorschriften. Bij het toepassen van werkbakken die op de heftruck zijn bevestigd gelden specifiek de Arbobesluit artikelen 7.18 en 7.23. Belangrijke te respecteren punten hieruit zijn:

  • Werken vanuit een werkbak bevestigd op een heftruck is alleen toegestaan voor incidentele werkzaamheden (enkele malen per jaar) die niet langer duren dan 4 uren, op plaatsen die niet op een andere veilige manier te bereiken zijn.
  • Werkbak plus inhoud is tezamen niet zwaarder dan de helft van de maximale belasting van de heftruck in de meest ongunstige stand.
  • Voor het verplaatsen van de heftruck met geheven werkbak geldt een maximumsnelheid van 2,5 km/uur.
  • Tijdens de werkzaamheden in de werkbak is de heftruck continu bemand.
  • De werknemer in de werkbak beschikt over een doeltreffend communicatiemiddel.
  • Het gebruik van de werkbak voldoet verder aan de eisen in NEN 1757 1 t/m 4, waarin onder meer eisen gesteld worden als: de werkbak is aan de vork of vorkenbord geborgd en er is een goed werkende noodsignaalfunctie.

Goede praktijken bij deze richtlijn