Uitlaatgassen en dieselmotoremissies

Uitlaatgassen kunnen ernstige gezondheidsschade veroorzaken. Met name blootstelling aan dieselmotoremissie moet tot een minimum beperkt worden (kankerverwekkend). Om deze reden zijn afspraken op sectorniveau gemaakt die de gezondheid moeten beschermen.

In binnenruimtes wordt in principe niet met dieselvoertuigen gewerkt. Als er situaties zijn waarin dit redelijkerwijs niet anders kan, dan zijn daar minimaal de volgende maatregelen genomen:

  • Dieselmotor aangedreven heftrucks met een lastcapaciteit van 4 ton of minder worden vervangen door heftrucks met elektromotor of LPG-trucks met katalysator.
  • Als medewerkers blootstaan aan uitlaatgassen van vrachtauto’s dan zijn deze auto’s voorzien van een roetfilter en voldoen zij tenminste aan de EU4 emissienorm.
  • Als diesel- of LPG-trucks binnen gebruikt worden, zijn ze voorzien van geschikte roetfilters respectievelijk katalysatoren.
  • Voertuigen die onvoldoende uitlaatgasfiltering hebben, worden bij binnenrijden voorzien van een afzuigslang op de uitlaat. Als dit technisch gezien niet haalbaar is, dan wordt gebruik gemaakt van adequate opzetfilters.
  • Er is voldoende ruimteventilatie zodat er, ook bij druk verkeer, geen opstapeling van uitlaatgas kan optreden. In ieder geval wordt de grenswaarde voor Dieselmotoremissie van 8 EC microgram/m3 niet overschreden. Hiervoor dient ieder bedrijf waar medewerkers bloot staan aan dieselrook, een blootstellingsbeoordeling te maken.
  • De motoren van voertuigen worden zo snel als mogelijk uitgeschakeld, zodat onnodige emissie wordt tegengegaan.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Arboportaal.nl onderdeel Dieselmotoremissie

Roetfilterbrochure BMWT


Relatie met wet

Arbeidsomstandighedenregeling art.20c, Arbobesluit art. 4.5, 4.11 t/m 4.23, Bouwbesluit 2012

Uitlaatgassen en dieselmotoremissies

Uitlaatgassen kunnen ernstige gezondheidsschade veroorzaken. Met name blootstelling aan dieselmotoremissie moet tot een minimum beperkt worden (kankerverwekkend). Om deze reden zijn afspraken op sectorniveau gemaakt die de gezondheid moeten beschermen.

In binnenruimtes wordt in principe niet met dieselvoertuigen gewerkt. Als er situaties zijn waarin dit redelijkerwijs niet anders kan, dan zijn daar minimaal de volgende maatregelen genomen:

  • Dieselmotor aangedreven heftrucks met een lastcapaciteit van 4 ton of minder worden vervangen door heftrucks met elektromotor of LPG-trucks met katalysator.
  • Als medewerkers blootstaan aan uitlaatgassen van vrachtauto’s dan zijn deze auto’s voorzien van een roetfilter en voldoen zij tenminste aan de EU4 emissienorm.
  • Als diesel- of LPG-trucks binnen gebruikt worden, zijn ze voorzien van geschikte roetfilters respectievelijk katalysatoren.
  • Voertuigen die onvoldoende uitlaatgasfiltering hebben, worden bij binnenrijden voorzien van een afzuigslang op de uitlaat. Als dit technisch gezien niet haalbaar is, dan wordt gebruik gemaakt van adequate opzetfilters.
  • Er is voldoende ruimteventilatie zodat er, ook bij druk verkeer, geen opstapeling van uitlaatgas kan optreden. In ieder geval wordt de grenswaarde voor Dieselmotoremissie van 8 EC microgram/m3 niet overschreden. Hiervoor dient ieder bedrijf waar medewerkers bloot staan aan dieselrook, een blootstellingsbeoordeling te maken.
  • De motoren van voertuigen worden zo snel als mogelijk uitgeschakeld, zodat onnodige emissie wordt tegengegaan.

Goede praktijken bij deze richtlijn