Uitlaatgassen en Dieselmotoremissies (brancheafspraak)

Dit onderdeel van de Arbocatalogus is positief getoetst door ISZW per 31 maart 2021 en geeft nadere invulling aan het Arbobesluit artikel 4.17 en 4.18.


Uitlaatgassen kunnen ernstige gezondheidsschade veroorzaken. Met name blootstelling aan dieselmotoremissie moet tot een minimum beperkt worden (kankerverwekkend). Om deze reden zijn afspraken op sectorniveau gemaakt die de gezondheid moeten beschermen.

Uitlaatgas van een dieselmotor (DME) wordt beschouwd als kankerverwekkende stof. Daar gelden extra strenge vereisten voor. Dat de maatregelen veel geld kosten mag hier niet als reden gelden om die maatregelen niet te treffen.

Er zijn verschillende manieren om het risico aan te pakken. Er zijn maatregelen:

  • Die het probleem aan de bron oplossen. Als u die maatregelen treft, dan voldoet u automatisch aan de regels en hoeft u dit verder niet aan te tonen.
  • Die het probleem kleiner maken. Als u die maatregelen neemt, dan moet u aantonen dat u met die maatregelen onder de grenswaarde blijft.

Daarbij geldt de arbeidshygiënische strategie: U bekijkt eerst de mogelijkheden van het pakket A (eerst de 1e en dan de 2e categorie) en als dat technisch niet haalbaar is, dan kunt u uitwijken naar pakket B.

Pakket A

1e Waar het technisch kan, diesel vervangen door andere aandrijving

U moet als het technisch kan, de diesel-aangedreven arbeidsmiddelen vervangen door andere aandrijving (Elektrisch, LPG, Aardgas of Waterstof). Als u niet tot vervanging kunt overgaan dan moet u schriftelijk onderbouwen waarom vervanging technisch niet mogelijk is.

Voor heftrucks geldt in ieder geval:

Lastcapaciteit < 8 ton: hiervoor gebruikt u geen diesel aangedreven heftruck.

Er geldt hiervoor een overgangsregeling voor heftrucks met een lastcapaciteit van 4 tot 8 ton die korter dan 5 jaar geleden zijn aangeschaft. Als u die niet meteen kunt vervangen, dan bekijkt u hoe u deze zo schoon mogelijk maakt en zoveel als mogelijk weert uit binnenruimtes.

Als u een LPG truck in zet in binnenruimtes, dan is deze voorzien van een katalysator.

2e Een voldoende schone techniek gebruiken

Als vervangen technisch niet kan, dan zijn er een aantal maatregelen die de uitstoot van DME zodanig beperken dat automatisch verwacht mag worden dat ze een voldoende beschermingsniveau realiseren:

  1. Op de uitlaat wordt een afzuiging gezet die de uitlaat goed omsluit en het uitlaatgas via de afzuiging direct naar buiten afvoert.
  2. U gebruikt voertuigen die minimaal voldoen aan Euro-6 of beter nog EEV.
  3. Overige diesel aangedreven arbeidsmiddelen: hiervoor gebruikt u arbeidsmiddelen die voldoen aan stage IIIb of hoger.
  4. Als b en c nog niet gehaald wordt, dan is het voertuig/arbeidsmiddel voorzien van een ingebouwd aanvullend roetfilter met een rendement van tenminste 95% en met een automatische alarmfunctie die signaleert als het filter niet meer voldoende functioneert.
  5. Als voorgaande maatregelen niet kunnen/niet beschikbaar zijn, dan wordt op de uitlaat een opsteekfilter gezet met een rendement van tenminste 95% filtering (laat leverancier hiervoor de garantie geven volgens de criteria van de ‘VERT-lijst’).

Afbeeldingen: er zijn vele typen opsteekfilters of retrofit filters op de markt.

Pakket B

De maatregelen van pakket A geven voldoende garantie dat de blootstelling aan DME beperkt is. Als u in uw situatie pakket A nog niet volledig kunt inzetten, dan moet u pakket B maatregelen inzetten.

U moet bovendien door meting of berekening aantonen dat de getroffen maatregelen toereikend zijn om onder de grenswaarde voor DME te blijven. Voor onze sector geldt de grenswaarde van 8 microgram/m3 EC (respirabel elementair koolstof). Bij het opzetten en uitvoeren van de meting of berekening moet u een deskundige inzetten van het niveau arbeidshygiënist.

U neemt de volgende maatregelen:

  1. U weert diesel aangedreven voertuigen/arbeidsmiddelen zo veel als mogelijk uit binnenruimtes.
  2. U brengt zoveel als mogelijk scheiding aan tussen werkplek en de atmosfeer waar DME vrijkomt (laad- en losplaatsen dieselvoertuigen op plaats buiten het gebouw (overkapte laad-losplaats), door scheidingswanden (‘vuile werkplek scheiden van schone werkplek), in cabines met overdruk werken, werkzaamheden op momenten plannen dat er zo min mogelijk medewerkers belast worden, enz.).
  3. U zorgt dat de dieselmotoren zo kort mogelijk draaien.
  4. Houd rekening met plaats en windrichting, de posities van medewerkers zo min mogelijk in de stromingsrichting van de uitlaatgassen (geldt zowel binnen als buiten).
  5. Voor uitzonderingssituaties, als het echt niet anders kan, adembeschermingsmiddelen (minimaal A2P3) gebruiken.

In het plan van aanpak geeft u aan met welke maatregelen (en wanneer) u in de toekomst de belasting verder gaat terugdringen met behulp van maatregelen uit pakket A.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Arboportaal.nl onderdeel Dieselmotoremissie
Factsheet DME


Relatie met wet

Arbobesluit
Artikelen 4.1c lid a. t/m e., 4.13, 4.16, 4.17 en 4.18

Arboregeling
Artikel 4.20c lid a


Uitlaatgassen en Dieselmotoremissies (brancheafspraak)

Dit onderdeel van de Arbocatalogus is positief getoetst door ISZW per 31 maart 2021 en geeft nadere invulling aan het Arbobesluit artikel 4.17 en 4.18.


Uitlaatgassen kunnen ernstige gezondheidsschade veroorzaken. Met name blootstelling aan dieselmotoremissie moet tot een minimum beperkt worden (kankerverwekkend). Om deze reden zijn afspraken op sectorniveau gemaakt die de gezondheid moeten beschermen.

Uitlaatgas van een dieselmotor (DME) wordt beschouwd als kankerverwekkende stof. Daar gelden extra strenge vereisten voor. Dat de maatregelen veel geld kosten mag hier niet als reden gelden om die maatregelen niet te treffen.

Er zijn verschillende manieren om het risico aan te pakken. Er zijn maatregelen:

  • Die het probleem aan de bron oplossen. Als u die maatregelen treft, dan voldoet u automatisch aan de regels en hoeft u dit verder niet aan te tonen.
  • Die het probleem kleiner maken. Als u die maatregelen neemt, dan moet u aantonen dat u met die maatregelen onder de grenswaarde blijft.

Daarbij geldt de arbeidshygiënische strategie: U bekijkt eerst de mogelijkheden van het pakket A (eerst de 1e en dan de 2e categorie) en als dat technisch niet haalbaar is, dan kunt u uitwijken naar pakket B.

Pakket A

1e Waar het technisch kan, diesel vervangen door andere aandrijving

U moet als het technisch kan, de diesel-aangedreven arbeidsmiddelen vervangen door andere aandrijving (Elektrisch, LPG, Aardgas of Waterstof). Als u niet tot vervanging kunt overgaan dan moet u schriftelijk onderbouwen waarom vervanging technisch niet mogelijk is.

Voor heftrucks geldt in ieder geval:

Lastcapaciteit < 8 ton: hiervoor gebruikt u geen diesel aangedreven heftruck.

Er geldt hiervoor een overgangsregeling voor heftrucks met een lastcapaciteit van 4 tot 8 ton die korter dan 5 jaar geleden zijn aangeschaft. Als u die niet meteen kunt vervangen, dan bekijkt u hoe u deze zo schoon mogelijk maakt en zoveel als mogelijk weert uit binnenruimtes.

Als u een LPG truck in zet in binnenruimtes, dan is deze voorzien van een katalysator.

2e Een voldoende schone techniek gebruiken

Als vervangen technisch niet kan, dan zijn er een aantal maatregelen die de uitstoot van DME zodanig beperken dat automatisch verwacht mag worden dat ze een voldoende beschermingsniveau realiseren:

  1. Op de uitlaat wordt een afzuiging gezet die de uitlaat goed omsluit en het uitlaatgas via de afzuiging direct naar buiten afvoert.
  2. U gebruikt voertuigen die minimaal voldoen aan Euro-6 of beter nog EEV.
  3. Overige diesel aangedreven arbeidsmiddelen: hiervoor gebruikt u arbeidsmiddelen die voldoen aan stage IIIb of hoger.
  4. Als b en c nog niet gehaald wordt, dan is het voertuig/arbeidsmiddel voorzien van een ingebouwd aanvullend roetfilter met een rendement van tenminste 95% en met een automatische alarmfunctie die signaleert als het filter niet meer voldoende functioneert.
  5. Als voorgaande maatregelen niet kunnen/niet beschikbaar zijn, dan wordt op de uitlaat een opsteekfilter gezet met een rendement van tenminste 95% filtering (laat leverancier hiervoor de garantie geven volgens de criteria van de ‘VERT-lijst’).

Afbeeldingen: er zijn vele typen opsteekfilters of retrofit filters op de markt.

Pakket B

De maatregelen van pakket A geven voldoende garantie dat de blootstelling aan DME beperkt is. Als u in uw situatie pakket A nog niet volledig kunt inzetten, dan moet u pakket B maatregelen inzetten.

U moet bovendien door meting of berekening aantonen dat de getroffen maatregelen toereikend zijn om onder de grenswaarde voor DME te blijven. Voor onze sector geldt de grenswaarde van 8 microgram/m3 EC (respirabel elementair koolstof). Bij het opzetten en uitvoeren van de meting of berekening moet u een deskundige inzetten van het niveau arbeidshygiënist.

U neemt de volgende maatregelen:

  1. U weert diesel aangedreven voertuigen/arbeidsmiddelen zo veel als mogelijk uit binnenruimtes.
  2. U brengt zoveel als mogelijk scheiding aan tussen werkplek en de atmosfeer waar DME vrijkomt (laad- en losplaatsen dieselvoertuigen op plaats buiten het gebouw (overkapte laad-losplaats), door scheidingswanden (‘vuile werkplek scheiden van schone werkplek), in cabines met overdruk werken, werkzaamheden op momenten plannen dat er zo min mogelijk medewerkers belast worden, enz.).
  3. U zorgt dat de dieselmotoren zo kort mogelijk draaien.
  4. Houd rekening met plaats en windrichting, de posities van medewerkers zo min mogelijk in de stromingsrichting van de uitlaatgassen (geldt zowel binnen als buiten).
  5. Voor uitzonderingssituaties, als het echt niet anders kan, adembeschermingsmiddelen (minimaal A2P3) gebruiken.

In het plan van aanpak geeft u aan met welke maatregelen (en wanneer) u in de toekomst de belasting verder gaat terugdringen met behulp van maatregelen uit pakket A.

Goede praktijken bij deze richtlijn