Vluchtwegen in het magazijn

Ondanks alle inspanningen om brand en incidenten te voorkomen kunnen er situaties ontstaan waarbij het noodzakelijk is dat alle aanwezigen het pand zo vlug en veilig mogelijk moeten kunnen verlaten. Daarom gelden hiervoor de volgende branche afspraken.

  • Vluchtwegen en nooduitgangen moeten voldoen aan het bouwbesluit en het gebruiksbesluit (landelijke voorschriften voor het brandveilig gebruik van bouwwerken). Voor bestaande bouw wordt dit in redelijkheid toegepast.
  • Vluchtwegen en nooduitgangen zijn altijd vrij van obstakels.
  • Nooduitgangen kunnen te allen tijde op eenvoudige wijze zonder hulpmiddelen en van binnenuit naar buiten toe worden geopend.
  • De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een noodverlichting. van minimaal 1 lux voor de vluchtwegen en 10 lux voor de nooduitgang.
  • De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen en de nooduitgangen zijn gemarkeerd.
  • Voor werkruimten waarin activiteiten plaatsvinden met een verhoogd brandrisico, zijn twee uitgangen vereist. De uitgangen liggen tenminste 5 meter uiteen en bij voorkeur in tegenovergestelde wanden.
  • Er is altijd een tweede vluchtweg beschikbaar als medewerkers werkzaamheden uitvoeren op entresols of andere verdiepingsvloeren of inpandige ruimtes in het magazijn waar het denkbaar is dat de enige beschikbare vluchtweg geblokkeerd kan raken. Vluchtwegen moeten voldoen aan het bouwbesluit.
  • Ramen, luiken en dergelijke niet voor normaal gebruik bestemde uitgangen, kunnen een alternatieve gelegenheid tot ontkoming bieden, mits het verlaten van de ruimte langs die weg gemakkelijk en veilig kan.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Arbo-Informatieblad AI 14 4edruk ‘Inrichten van bedrijfsruimtes’ (Sdu)

NEN-EN 1838 (noodverlichting)


Relatie met wet

Arbobesluit art. 3.6, 3.7 en 3.9

Vluchtwegen in het magazijn

Ondanks alle inspanningen om brand en incidenten te voorkomen kunnen er situaties ontstaan waarbij het noodzakelijk is dat alle aanwezigen het pand zo vlug en veilig mogelijk moeten kunnen verlaten. Daarom gelden hiervoor de volgende branche afspraken.

  • Vluchtwegen en nooduitgangen moeten voldoen aan het bouwbesluit en het gebruiksbesluit (landelijke voorschriften voor het brandveilig gebruik van bouwwerken). Voor bestaande bouw wordt dit in redelijkheid toegepast.
  • Vluchtwegen en nooduitgangen zijn altijd vrij van obstakels.
  • Nooduitgangen kunnen te allen tijde op eenvoudige wijze zonder hulpmiddelen en van binnenuit naar buiten toe worden geopend.
  • De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een noodverlichting. van minimaal 1 lux voor de vluchtwegen en 10 lux voor de nooduitgang.
  • De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen en de nooduitgangen zijn gemarkeerd.
  • Voor werkruimten waarin activiteiten plaatsvinden met een verhoogd brandrisico, zijn twee uitgangen vereist. De uitgangen liggen tenminste 5 meter uiteen en bij voorkeur in tegenovergestelde wanden.
  • Er is altijd een tweede vluchtweg beschikbaar als medewerkers werkzaamheden uitvoeren op entresols of andere verdiepingsvloeren of inpandige ruimtes in het magazijn waar het denkbaar is dat de enige beschikbare vluchtweg geblokkeerd kan raken. Vluchtwegen moeten voldoen aan het bouwbesluit.
  • Ramen, luiken en dergelijke niet voor normaal gebruik bestemde uitgangen, kunnen een alternatieve gelegenheid tot ontkoming bieden, mits het verlaten van de ruimte langs die weg gemakkelijk en veilig kan.

Goede praktijken bij deze richtlijn