Veilig accu laden

Het laden van accu's brengt verschillende gevaren met zich mee. Elektrische risico's, ontploffingsgevaar, ernstige verwonding door het accuzuur en te zware lichamelijke belasting. Daarom gelden de volgende richtlijnen voor het inrichten van een acculaadstation:

  • Accu's en de installatie waarmee deze geladen worden, worden jaarlijks gekeurd door een deskundig persoon of instantie.
  • De acculader is zodanig opgesteld dat aanrijden van de accu of de laadinstallatie is voorkomen.
  • Alle kabels en stekkers zijn onbeschadigd.
  • Accu's laden gebeurt alleen door aangewezen en geïnstrueerde werknemers.
  • Bij accu's en acculaadinstallaties levert de leverancier een gebruiksaanwijzing. De werkzaamheden met accu's worden conform de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing uitgevoerd.
  • Wanneer met accu's gewerkt wordt, waarbij de dop van de accu wordt afgehaald is er kans op contact met zuur en worden altijd handschoenen en gelaatbescherming gedragen en is een oogspoelmogelijkheid beschikbaar. Als zuur gewogen of zuur toegevoegd wordt, wordt ook een zuurvast schort gedragen.
  • De ruimte waar accu's worden geladen is voldoende geventileerd zodat er geen gevaarlijke hoeveelheid explosief gas kan ontstaan. Aan de leverancier wordt altijd gevraagd aan te geven of de beoogde locatie voldoet wat betreft explosierisico's. De inrichting van de ruimte waar accu's worden geladen en de ventilatievoorzieningen worden tenminste jaarlijks op goede inrichting en werking gecontroleerd.
  • Voor een acculaadstation moet in principe een RI&E m.b.t. gasontploffingsgevaar worden opgesteld volgens de NEN-EN-IEC 60079-10 en NPR 7910. Dit is niet nodig indien: de acculader voldoet aan de NEN-EN-IEC 60335-2-29, de totale energie inhoud van de accu's kleiner is dan 10.000 ah, de ruimte adequaat en voldoende wordt geventileerd zodanig dat er geen ontplofbaar mengsel kan ontstaan (vraag garanties aan de leverancier).
  • In een zone van 2 meter rondom de acculaadplaats en ook in een speciale acculaadruimte zijn afhankelijk van het explosiegevaar de elektrische voorzieningen en gereedschappen explosieveilig uitgevoerd. Open vuur en roken zijn uiteraard verboden.
  • Het acculaadstation is duidelijk afgebakend en er zijn waarschuwingsborden geplaatst die aangeven dat er explosiegevaar kan optreden (symbolen: explosiegevaar en verbod op open vuur en roken).
  • Werkzaamheden in de acculaadruimte worden alleen verricht door aangewezen en geïnstrueerde medewerkers.

Het laden van accu's kan open in het magazijn gebeuren of in een aparte ruimte. In beide gevallen moet aan bovenstaande richtlijnen worden voldaan.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Praktijkrichtlijn 'Veilig werken bij het laden van tractiebatterijen' (NPR 3299:2011)

RI&E m.b.t. gasontploffingsgevaar volgens de NEN-EN-IEC 60079-10 en NPR 7910.


Relatie met wet

Arbobesluit art. 4.6


Relatie met RI&E

1.4.15

Veilig accu laden

Het laden van accu's brengt verschillende gevaren met zich mee. Elektrische risico's, ontploffingsgevaar, ernstige verwonding door het accuzuur en te zware lichamelijke belasting. Daarom gelden de volgende richtlijnen voor het inrichten van een acculaadstation:

  • Accu's en de installatie waarmee deze geladen worden, worden jaarlijks gekeurd door een deskundig persoon of instantie.
  • De acculader is zodanig opgesteld dat aanrijden van de accu of de laadinstallatie is voorkomen.
  • Alle kabels en stekkers zijn onbeschadigd.
  • Accu's laden gebeurt alleen door aangewezen en geïnstrueerde werknemers.
  • Bij accu's en acculaadinstallaties levert de leverancier een gebruiksaanwijzing. De werkzaamheden met accu's worden conform de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing uitgevoerd.
  • Wanneer met accu's gewerkt wordt, waarbij de dop van de accu wordt afgehaald is er kans op contact met zuur en worden altijd handschoenen en gelaatbescherming gedragen en is een oogspoelmogelijkheid beschikbaar. Als zuur gewogen of zuur toegevoegd wordt, wordt ook een zuurvast schort gedragen.
  • De ruimte waar accu's worden geladen is voldoende geventileerd zodat er geen gevaarlijke hoeveelheid explosief gas kan ontstaan. Aan de leverancier wordt altijd gevraagd aan te geven of de beoogde locatie voldoet wat betreft explosierisico's. De inrichting van de ruimte waar accu's worden geladen en de ventilatievoorzieningen worden tenminste jaarlijks op goede inrichting en werking gecontroleerd.
  • Voor een acculaadstation moet in principe een RI&E m.b.t. gasontploffingsgevaar worden opgesteld volgens de NEN-EN-IEC 60079-10 en NPR 7910. Dit is niet nodig indien: de acculader voldoet aan de NEN-EN-IEC 60335-2-29, de totale energie inhoud van de accu's kleiner is dan 10.000 ah, de ruimte adequaat en voldoende wordt geventileerd zodanig dat er geen ontplofbaar mengsel kan ontstaan (vraag garanties aan de leverancier).
  • In een zone van 2 meter rondom de acculaadplaats en ook in een speciale acculaadruimte zijn afhankelijk van het explosiegevaar de elektrische voorzieningen en gereedschappen explosieveilig uitgevoerd. Open vuur en roken zijn uiteraard verboden.
  • Het acculaadstation is duidelijk afgebakend en er zijn waarschuwingsborden geplaatst die aangeven dat er explosiegevaar kan optreden (symbolen: explosiegevaar en verbod op open vuur en roken).
  • Werkzaamheden in de acculaadruimte worden alleen verricht door aangewezen en geïnstrueerde medewerkers.

Het laden van accu's kan open in het magazijn gebeuren of in een aparte ruimte. In beide gevallen moet aan bovenstaande richtlijnen worden voldaan.

Goede praktijken bij deze richtlijn