Veilige laad- en losstations

Bij een onjuiste inrichting van laad- en losplaatsen bestaat vooral risico op knel- en valgevaar. Denk daarbij aan het niet goed opliggen van de klep, weglopen van de vrachtwagen, kiepen van de heftruck. Ook ongevallen door transportbewegingen, uitlaatgas bij binnen - of in de deuropening lossen, onveilige situaties of onnodig fysieke belasting door ruimtegebrek op de losplaats. Daarom gelden hiervoor de volgende branche afspraken.

  • Op- en afritten, dockboards en laadplatforms moeten zijn afgestemd op de te verwachten ladingen (belasting en afmeting) .
  • Bij glij/slipgevaar worden passende aanvullende maatregelen getroffen
  • Dockboards met verstelbare helling moeten, indien zij deel uitmaken van het vloeroppervlak van een laadperron of verhoogde vloer en niet in gebruik zijn, altijd in een veilige horizontale stand vergrendeld zijn (geen bots-, stoot-, schaaf-, val- of knelrisico).
  • Knelgevaar voor de voeten tussen de randen van het dockboard en de randen van de laadvloer moet worden voorkomen door het aanbrengen van voldoende grote verticale platen onder de dockboardvloer en onder de laadvloer, direct aansluitend op de rand.
  • Er zijn afspraken over het voorkomen of beperken van dieselrook in inpandige ruimtes. Voor eisen en mogelijkheden zie de deelcatalogus Klimaat en ventilatie.
  • Er is een vaste en gemarkeerde laad- en losplaats voor vrachtauto's en containers zodat beknellingsgevaar en risico op aanrijden is voorkomen. Deze laad- en losplaats heeft voldoende vrije ruimte, zodat met transporthulpmiddelen op een verantwoorde manier kan worden gewerkt.
  • Op de laad- en losplaats hebben alleen personen toegang die betrokken zijn bij de werkzaamheden van het laden en lossen.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Arbo-Informatieblad AI 14 4edruk ‘Inrichten van bedrijfsruimtes’ (Sdu) m.n. art. 4.2.4


Relatie met wet

Arbobesluit art. 3.18

Veilige laad- en losstations

Bij een onjuiste inrichting van laad- en losplaatsen bestaat vooral risico op knel- en valgevaar. Denk daarbij aan het niet goed opliggen van de klep, weglopen van de vrachtwagen, kiepen van de heftruck. Ook ongevallen door transportbewegingen, uitlaatgas bij binnen - of in de deuropening lossen, onveilige situaties of onnodig fysieke belasting door ruimtegebrek op de losplaats. Daarom gelden hiervoor de volgende branche afspraken.

  • Op- en afritten, dockboards en laadplatforms moeten zijn afgestemd op de te verwachten ladingen (belasting en afmeting) .
  • Bij glij/slipgevaar worden passende aanvullende maatregelen getroffen
  • Dockboards met verstelbare helling moeten, indien zij deel uitmaken van het vloeroppervlak van een laadperron of verhoogde vloer en niet in gebruik zijn, altijd in een veilige horizontale stand vergrendeld zijn (geen bots-, stoot-, schaaf-, val- of knelrisico).
  • Knelgevaar voor de voeten tussen de randen van het dockboard en de randen van de laadvloer moet worden voorkomen door het aanbrengen van voldoende grote verticale platen onder de dockboardvloer en onder de laadvloer, direct aansluitend op de rand.
  • Er zijn afspraken over het voorkomen of beperken van dieselrook in inpandige ruimtes. Voor eisen en mogelijkheden zie de deelcatalogus Klimaat en ventilatie.
  • Er is een vaste en gemarkeerde laad- en losplaats voor vrachtauto's en containers zodat beknellingsgevaar en risico op aanrijden is voorkomen. Deze laad- en losplaats heeft voldoende vrije ruimte, zodat met transporthulpmiddelen op een verantwoorde manier kan worden gewerkt.
  • Op de laad- en losplaats hebben alleen personen toegang die betrokken zijn bij de werkzaamheden van het laden en lossen.

Goede praktijken bij deze richtlijn