Brandveiligheid in het magazijn

Bij opslag van materialen en middelen is er altijd een risico op brand. Ook worden er in het magazijn mogelijk nog productiewerkzaamheden verricht die brand kunnen veroorzaken. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, gelden de volgende branche afspraken.

  • Er zijn geschikte brandblusmiddelen in de onmiddellijke omgeving (binnen 10 meter) beschikbaar als er brandgevaarlijk werk wordt uitgevoerd (lassen, slijpen, solderen). Bij brandgevaarlijk werk is er zo min mogelijk brandbaar materiaal in de directe omgeving aanwezig.
  • Er zijn voldoende en geschikte brandblusmiddelen beschikbaar. Er is een persoon aangewezen die bij nieuwbouw, verbouw of bij wijzigingen van inrichting of werkzaamheden bepaalt of er voldoende en geschikte brandblusmiddelen beschikbaar zijn. En let daarbij op de brandrisico's, zoals: de aard van de werkzaamheden en de aanwezige materialen. Waar nodig in overleg met de brandweer.
  • Brandblussers en brandhaspels zijn op elk moment vrij bereikbaar.
  • De plaatsen waar brandbestrijdingsmiddelen te vinden zijn, zijn voorzien van een vanuit iedere hoek zichtbare markering/signalering.
  • Handblussers dienen tweejaarlijks gekeurd te worden. Andere brandblusmiddelen en een eventuele automatische brandblusinstallatie worden minimaal jaarlijks gekeurd door een erkend bedrijf.
  • Onderhoud en keuringen van kleine blusmiddelen (brandblussers, brandslanghaspels en ander mobiel blusmateriaal ) worden door een NCP REOB gecertificeerd bedrijf uitgevoerd.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Arbo-Informatieblad AI 14 4edruk ‘Inrichten van bedrijfsruimtes’ (Sdu)


Relatie met wet

Arbowet art 15, Arbobesluit art. 3.8

Brandveiligheid in het magazijn

Bij opslag van materialen en middelen is er altijd een risico op brand. Ook worden er in het magazijn mogelijk nog productiewerkzaamheden verricht die brand kunnen veroorzaken. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, gelden de volgende branche afspraken.

  • Er zijn geschikte brandblusmiddelen in de onmiddellijke omgeving (binnen 10 meter) beschikbaar als er brandgevaarlijk werk wordt uitgevoerd (lassen, slijpen, solderen). Bij brandgevaarlijk werk is er zo min mogelijk brandbaar materiaal in de directe omgeving aanwezig.
  • Er zijn voldoende en geschikte brandblusmiddelen beschikbaar. Er is een persoon aangewezen die bij nieuwbouw, verbouw of bij wijzigingen van inrichting of werkzaamheden bepaalt of er voldoende en geschikte brandblusmiddelen beschikbaar zijn. En let daarbij op de brandrisico's, zoals: de aard van de werkzaamheden en de aanwezige materialen. Waar nodig in overleg met de brandweer.
  • Brandblussers en brandhaspels zijn op elk moment vrij bereikbaar.
  • De plaatsen waar brandbestrijdingsmiddelen te vinden zijn, zijn voorzien van een vanuit iedere hoek zichtbare markering/signalering.
  • Handblussers dienen tweejaarlijks gekeurd te worden. Andere brandblusmiddelen en een eventuele automatische brandblusinstallatie worden minimaal jaarlijks gekeurd door een erkend bedrijf.
  • Onderhoud en keuringen van kleine blusmiddelen (brandblussers, brandslanghaspels en ander mobiel blusmateriaal ) worden door een NCP REOB gecertificeerd bedrijf uitgevoerd.

Goede praktijken bij deze richtlijn