Stellingveiligheid

Gebruik van pallet- en magazijnstellingen brengt verschillende gevaren met zich mee. Bezwijken van de stelling, vallende voorwerpen, en fysieke belasting. Daarom gelden de volgende richtlijnen voor het inrichten en gebruik van de stellingen.

  • 1. De stellingen dienen te worden opgebouwd en geborgd volgens voorschrift leverancier. Speciale aandacht hierbij vraagt: de verankering, stabiliteitsvoorzieningen en borging van de elementen tegen ongewild los raken. Hiervoor gelden de volgende extra afspraken:
    1. 1.1. Een ingebruikname keuring is een verklaring van de verkopende partij dat de stelling veilig is opgebouwd. De ingebruikname keuring is verplicht voor onderstaande stellingen opgebouwd na 1995:
      1. magazijnstellingen die steunen op de vloer en verankerd zijn aan het gebouw
      2. magazijnstellingen hoger dan 8,5 meter;
      3. magazijnstellingen voorzien van een verdiepingsvloer of een loopbrug en hoger dan 3 meter;
      4. zogenaamde stellingconfiguratie (Dit is veelal vastgelegd in de door de leverancier afgegeven gebruikershandleiding.);
      5. alle entresols.
    2. 1.2. Bij het ontbreken van een montage-instructie, bijvoorbeeld bij tweedehandse stellingen, wordt de stelling na montage beoordeeld door een objectief persoon of instelling "met aantoonbaar voldoende kennis en kunde voor het uitvoeren van de beoordeling". Deze geeft een verklaring van toegelaten gebruik ( NPR 5054).
    3. 1.3. In Praktijkvoorbeeld 'stellingbeoordelaar' wordt aangegeven wat wordt verstaan onder 'voldoende kennis en kunde om de beoordeling van de stelling uit te voeren'. De bovenstaande afspraken zijn dus goed ingevuld onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de aanwijzingen in dat Praktijkvoorbeeld.
  • 2. Op de stelling staat duidelijk aangegeven welke maximale belasting de liggers en staanders kunnen hebben. Deze maximale belasting wordt niet overschreden.
  • 3. Stellingstaanders langs de transportroute van hef-of reachtrucks zijn voorzien van een aanrijd beveiliging van minimaal 40 cm hoogte.
  • 4. Stellingen en de belading worden minimaal ieder kwartaal gecontroleerd door een kundig persoon. Iemand wordt geacht kundig te zijn indien hij/zij voldoet aan de beschrijving in Praktijkvoorbeeld 'Stellingbeoordelaar'. Wanneer bij deze beoordelingen ernstige gebreken worden geconstateerd dient de frequentie van het beoordelen te worden verhoogd. De frequentie van 1x per kwartaal dient zodoende als een minimum te worden beschouwd.
  • 5. Schades aan stellingen worden direct gemeld aan de verantwoordelijke leidinggevende. Noodzakelijke reparaties of herstellingen worden direct uitgevoerd.
  • 6. Stellingen worden jaarlijks aantoonbaar gekeurd door een objectief persoon of instelling met voldoende aantoonbare kennis en kunde voor het uitvoeren van de beoordeling. Hiervan dient een gewaarmerkt keuringsrapport beschikbaar te zijn. Dit betreft een minimumvoorwaarde, waarbij de keuringsfrequentie hoger moet zijn wanneer door de aard van het gebruik een hoge kans op beschadiging aan de orde is en dit onvoldoende ondervangen wordt door de overige afspraken. Dit is het geval wanneer bij keuring blijkt dat er ernstige gebreken geconstateerd worden. Dan is er een noodzaak om de keuringsfrequentie te verhogen.
  • 7. De materialen in de stelling zijn zodanig opgeslagen dat ze niet kunnen vallen, omvallen, inzakken, wegglijden, verschuiven of weglekken.
  • 8. Wanneer het gevaar bestaat dat voorwerpen aan de achterzijde uit een stelling kunnen vallen en personen kunnen verwonden, is een doorstootbeveiliging in de stelling aangebracht.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Arbo-informatieblad AI 14 4edruk Bedrijfsruimtes (Sdu)

NEN-EN 15512:2009/c11 Niet verrijdbare stalen opslagsystemen - Verstelbare palletstellingen - Grondslagen voor het constructief ontwerp

NEN-EN 15620:2008 en Niet-verrijdbare stalen opslagsystemen - Verstelbare palletstellingen - Toleranties, vervormingen en veiligheidsafstanden

NPR 5054 (2006) Palletstelling - Bediening door magazijntrucks - Projectspecificatie in samenhang met de Verklaring van toegelaten gebruik

NPR 5055 (2009) Magazijnstellingen - Arboverantwoordelijkheden en controlelijsten voor de periodieke inspectie op juist gebruik en staat van onderhoud - Deel 1: Palletstellingen

Periodieke controle kan met de inspectielijsten uit de NPR 5055

Erkende keurmerken voor keuren van magazijnstellingen zijn: BMWT-keur. (http://www.bmwt.nl/) en GSF keur van de vereniging van Stelling Leveranciers (VSL,http://www.vslbranche.nl/ ).

Afkeur bij aanrijschade aan stellingen volgens het classificatiesysteem Europese richtlijn FEM 10.2.04. Zie ook praktijkvoorbeeld 'Stellingbeoordelaar'.


Relatie met wet

Arbobesluit art. 3.3, 3.16 en 3.17

Stellingveiligheid

Gebruik van pallet- en magazijnstellingen brengt verschillende gevaren met zich mee. Bezwijken van de stelling, vallende voorwerpen, en fysieke belasting. Daarom gelden de volgende richtlijnen voor het inrichten en gebruik van de stellingen.

  • 1. De stellingen dienen te worden opgebouwd en geborgd volgens voorschrift leverancier. Speciale aandacht hierbij vraagt: de verankering, stabiliteitsvoorzieningen en borging van de elementen tegen ongewild los raken. Hiervoor gelden de volgende extra afspraken:
    1. 1.1. Een ingebruikname keuring is een verklaring van de verkopende partij dat de stelling veilig is opgebouwd. De ingebruikname keuring is verplicht voor onderstaande stellingen opgebouwd na 1995:
      1. magazijnstellingen die steunen op de vloer en verankerd zijn aan het gebouw
      2. magazijnstellingen hoger dan 8,5 meter;
      3. magazijnstellingen voorzien van een verdiepingsvloer of een loopbrug en hoger dan 3 meter;
      4. zogenaamde stellingconfiguratie (Dit is veelal vastgelegd in de door de leverancier afgegeven gebruikershandleiding.);
      5. alle entresols.
    2. 1.2. Bij het ontbreken van een montage-instructie, bijvoorbeeld bij tweedehandse stellingen, wordt de stelling na montage beoordeeld door een objectief persoon of instelling "met aantoonbaar voldoende kennis en kunde voor het uitvoeren van de beoordeling". Deze geeft een verklaring van toegelaten gebruik ( NPR 5054).
    3. 1.3. In Praktijkvoorbeeld 'stellingbeoordelaar' wordt aangegeven wat wordt verstaan onder 'voldoende kennis en kunde om de beoordeling van de stelling uit te voeren'. De bovenstaande afspraken zijn dus goed ingevuld onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de aanwijzingen in dat Praktijkvoorbeeld.
  • 2. Op de stelling staat duidelijk aangegeven welke maximale belasting de liggers en staanders kunnen hebben. Deze maximale belasting wordt niet overschreden.
  • 3. Stellingstaanders langs de transportroute van hef-of reachtrucks zijn voorzien van een aanrijd beveiliging van minimaal 40 cm hoogte.
  • 4. Stellingen en de belading worden minimaal ieder kwartaal gecontroleerd door een kundig persoon. Iemand wordt geacht kundig te zijn indien hij/zij voldoet aan de beschrijving in Praktijkvoorbeeld 'Stellingbeoordelaar'. Wanneer bij deze beoordelingen ernstige gebreken worden geconstateerd dient de frequentie van het beoordelen te worden verhoogd. De frequentie van 1x per kwartaal dient zodoende als een minimum te worden beschouwd.
  • 5. Schades aan stellingen worden direct gemeld aan de verantwoordelijke leidinggevende. Noodzakelijke reparaties of herstellingen worden direct uitgevoerd.
  • 6. Stellingen worden jaarlijks aantoonbaar gekeurd door een objectief persoon of instelling met voldoende aantoonbare kennis en kunde voor het uitvoeren van de beoordeling. Hiervan dient een gewaarmerkt keuringsrapport beschikbaar te zijn. Dit betreft een minimumvoorwaarde, waarbij de keuringsfrequentie hoger moet zijn wanneer door de aard van het gebruik een hoge kans op beschadiging aan de orde is en dit onvoldoende ondervangen wordt door de overige afspraken. Dit is het geval wanneer bij keuring blijkt dat er ernstige gebreken geconstateerd worden. Dan is er een noodzaak om de keuringsfrequentie te verhogen.
  • 7. De materialen in de stelling zijn zodanig opgeslagen dat ze niet kunnen vallen, omvallen, inzakken, wegglijden, verschuiven of weglekken.
  • 8. Wanneer het gevaar bestaat dat voorwerpen aan de achterzijde uit een stelling kunnen vallen en personen kunnen verwonden, is een doorstootbeveiliging in de stelling aangebracht.

Goede praktijken bij deze richtlijn