Duwen en trekken

Duwen en trekken komt bij veel activiteiten binnen de Technische Groothandel voor. Uit onderzoek is gebleken dat werknemers die regelmatig moeten duwen en trekken een verhoogde kans hebben op het oplopen van lage rugklachten envan schouderklachten. Omdat je de schade zelf niet meteen in de gaten hebt en het effect pas op de langere termijn merkbaar wordt, is het van belang om preventief de belasting in toom te houden. Dat betekent dat gezocht wordt naar manieren om de krachten die je moet gebruiken zo klein mogelijk te houden en de juiste lichaamshouding te zoeken bij alle werkzaamheden waar geduwd of getrokken wordt.

De werksituatie maar zeker ook de manier waarop de medewerker de duw- en trek-handelingen uitvoert, bepaalt de lichamelijke belasting die de medewerker te verduren krijgt. Handelingen waar explosief grote kracht gezet wordt zijn extra risico-vol. Dat kan optreden bij het snel in beweging zetten van transportmiddelen, het over drempels heen trekken van transportmiddelen of het ‘opvangen’ van objecten die vallen of omkiepen.

In onderstaand plaatje is te zien wat het verschil in kracht (trekkracht in kg) is die gebruikt wordt als je een trolley snel (rode stippellijn) of geleidelijk in beweging brengt. Bij snel trekken (1 meter in 2,5 seconden) loopt de kracht op tot 46 kg kracht. Als je de helft minder snel in beweging brengt is de kracht nog maar 26 kg kracht (Bron: Handboek Fysieke Belasting 2005, Sdu).

Brancheafspraken duwen en trekken:

Om de belasting van het duwen en trekken op een gezond niveau te houden is op brancheniveau afgesproken:

  • Duwen heeft de voorkeur boven trekken en als het mogelijk is wordt het werk ingericht zodat duwen mogelijk is in plaats van trekken.
  • De maximale duw- of trekkracht bedraagt 50 kg voor incidentele werkzaamheden (<1x per uur) en 32 kg voor veel voorkomende werkzaamheden. De duw- of trekkracht kan worden bepaald met een veerunster of worden berekend met de duw- en trekcalculator (zie rechts op de pagina onder het kopje 'meer informatie').
  • Medewerkers die frequent transportmiddelen met de hand in beweging zetten of op een andere manier zwaar belast worden met trek- of duwwerkzaamheden worden voorafgaand aan het werk geïnstrueerd over de beste werkmethodiek en de risico’s die het duwen en trekken met zich mee brengt.
  • Voor zware trek- of duwwerkzaamheden wordt een nadere beoordeling uitgevoerd (verdiepende RI&E) conform de brancheafspraak ‘beoordelen van fysieke belasting’. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de quickscan ‘Duwen en trekken’ uit deze Arbocatalogus of vergelijkbare inschattingsmethode (zie tools in venster aan de rechterzijde van deze pagina).
  • Transportmiddelen zijn voorzien van een bruikbare voorziening voor het vastpakken van dat middel op een hoogte tussen heup en schouders, zodat tijdens het duwen of trekken met rechte romp gewerkt wordt.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Meer informatie

Arbo-Informatieblad AI 29 Fysieke Belasting bij het werk (Sdu)

Instrumenten voor beoordelen belasting: Zie Quickscan Duwen en Trekken.

Voor zwaarder instrument:


Relatie met wet

Arbobesluit art. 5.2 en 5.3

Duwen en trekken

Duwen en trekken komt bij veel activiteiten binnen de Technische Groothandel voor. Uit onderzoek is gebleken dat werknemers die regelmatig moeten duwen en trekken een verhoogde kans hebben op het oplopen van lage rugklachten envan schouderklachten. Omdat je de schade zelf niet meteen in de gaten hebt en het effect pas op de langere termijn merkbaar wordt, is het van belang om preventief de belasting in toom te houden. Dat betekent dat gezocht wordt naar manieren om de krachten die je moet gebruiken zo klein mogelijk te houden en de juiste lichaamshouding te zoeken bij alle werkzaamheden waar geduwd of getrokken wordt.

De werksituatie maar zeker ook de manier waarop de medewerker de duw- en trek-handelingen uitvoert, bepaalt de lichamelijke belasting die de medewerker te verduren krijgt. Handelingen waar explosief grote kracht gezet wordt zijn extra risico-vol. Dat kan optreden bij het snel in beweging zetten van transportmiddelen, het over drempels heen trekken van transportmiddelen of het ‘opvangen’ van objecten die vallen of omkiepen.

In onderstaand plaatje is te zien wat het verschil in kracht (trekkracht in kg) is die gebruikt wordt als je een trolley snel (rode stippellijn) of geleidelijk in beweging brengt. Bij snel trekken (1 meter in 2,5 seconden) loopt de kracht op tot 46 kg kracht. Als je de helft minder snel in beweging brengt is de kracht nog maar 26 kg kracht (Bron: Handboek Fysieke Belasting 2005, Sdu).

Brancheafspraken duwen en trekken:

Om de belasting van het duwen en trekken op een gezond niveau te houden is op brancheniveau afgesproken:

  • Duwen heeft de voorkeur boven trekken en als het mogelijk is wordt het werk ingericht zodat duwen mogelijk is in plaats van trekken.
  • De maximale duw- of trekkracht bedraagt 50 kg voor incidentele werkzaamheden (<1x per uur) en 32 kg voor veel voorkomende werkzaamheden. De duw- of trekkracht kan worden bepaald met een veerunster of worden berekend met de duw- en trekcalculator (zie rechts op de pagina onder het kopje 'meer informatie').
  • Medewerkers die frequent transportmiddelen met de hand in beweging zetten of op een andere manier zwaar belast worden met trek- of duwwerkzaamheden worden voorafgaand aan het werk geïnstrueerd over de beste werkmethodiek en de risico’s die het duwen en trekken met zich mee brengt.
  • Voor zware trek- of duwwerkzaamheden wordt een nadere beoordeling uitgevoerd (verdiepende RI&E) conform de brancheafspraak ‘beoordelen van fysieke belasting’. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de quickscan ‘Duwen en trekken’ uit deze Arbocatalogus of vergelijkbare inschattingsmethode (zie tools in venster aan de rechterzijde van deze pagina).
  • Transportmiddelen zijn voorzien van een bruikbare voorziening voor het vastpakken van dat middel op een hoogte tussen heup en schouders, zodat tijdens het duwen of trekken met rechte romp gewerkt wordt.

Goede praktijken bij deze richtlijn