Middelen voor de BHV-ers (BRANCHEAFSPRAAK)

Een BHV-er kan zijn taken alleen maar goed uitvoeren, als hij hiervoor ook de juiste hulpmiddelen heeft. Welke hulpmiddelen precies benodigd zijn, verschilt per soort technische groothandel, de grootte van de vestigingen, de risico’s zoals deze uit de RI&E naar voren komen en de afbakening van bevoegdheden van de BHV-ers bij bestrijding van een calamiteit.

EHBO middelen

Heeft een technische groothandel ook eigen productie, assemblage, verpakking of mechanische bewerking van materialen, dan zal de inhoud van de EHBO-koffer(s) uitgebreider moeten zijn dan bij enkel opslag en overslag van goederen.

EHBO-trommels / kits moeten periodiek gecontroleerd worden, omdat er artikelen in zitten die vanwege de steriliteit een houdbaarheidsdatum hebben en om deze compleet te houden. Controle van de EHBO-trommels kan door de BHV-ers zelf gedaan worden of worden uitbesteed aan een bedrijf welke één keer (of vaker) per jaar langskomt om houdbaarheid van verbandmiddelen te controleren en aan te vullen waar nodig.

Sommige bedrijven hebben daarnaast 1 of meerdere AED’s. BHV-ers zijn opgeleid om deze te gebruiken en te controleren.

Zorg door middel van herkenbaarheidkleding dat duidelijk is wie de BHV-ers zijn tijdens een calamiteit.

Communicatiemiddelen:

  • Bestaat een vestiging uit meerdere afgescheiden afdelingen, dan is vastgelegd hoe de BHV-ers te bereiken zijn en hoe onderlinge communicatie opgezet is. In kleine vestigingen kan soms nog volstaan worden met roepen, maar bij meerdere ruimtes is bellen sneller.
  • Bij grotere en/of complexere gebouwen is een groter BHV-team nodig. In dat geval is het niet meer toereikend om enkel te kunnen bellen. Het duurt dan te lang om alle BHV-ers te bereiken en bovendien bestaat het risico dat bij stroomuitval de telefooncentrale niet meer werkt.
  • Zorg in geval van een grote BHV-ploeg dat deze medewerkers tegelijk kunnen worden bereikt (bijvoorbeeld door een centraal alarmnummer dat bij de receptie of beveiliging uitkomt, die vervolgens de BHV-ers alarmeert m.b.v. piepers). Zorg hierbij dat de BHV-ers onderling kunnen communiceren d.m.v. portofoons als de complexiteit dit nodig maakt. Een tussenoplossing is een centraal noodnummer, waarbij bij alle BHV’ers tegelijk de telefoon overgaat. Dit gaat uit van het principe dat er altijd wel iemand aanwezig en bereikbaar is.

Persoonlijke Beschermingsmiddelen

Worden er gevaarlijke stoffen opgeslagen, dat moeten BHV-ers geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen hebben, die beschermen tegen de aard en manieren van vrijkomen van de gevaarlijke stoffen bij een calamiteit. Ook moet hierbij rekening gehouden worden met de kennis en kunde van de BHV-er. Als er adembescherming nodig is, is het meestal beter om dit aan de externe hulpdiensten over te laten en tot ontruiming over te gaan.

Goede praktijken bij deze richtlijn

Print dit artikel E-mail dit artikel

Middelen voor de BHV-ers (BRANCHEAFSPRAAK)

Een BHV-er kan zijn taken alleen maar goed uitvoeren, als hij hiervoor ook de juiste hulpmiddelen heeft. Welke hulpmiddelen precies benodigd zijn, verschilt per soort technische groothandel, de grootte van de vestigingen, de risico’s zoals deze uit de RI&E naar voren komen en de afbakening van bevoegdheden van de BHV-ers bij bestrijding van een calamiteit.

EHBO middelen

Heeft een technische groothandel ook eigen productie, assemblage, verpakking of mechanische bewerking van materialen, dan zal de inhoud van de EHBO-koffer(s) uitgebreider moeten zijn dan bij enkel opslag en overslag van goederen.

EHBO-trommels / kits moeten periodiek gecontroleerd worden, omdat er artikelen in zitten die vanwege de steriliteit een houdbaarheidsdatum hebben en om deze compleet te houden. Controle van de EHBO-trommels kan door de BHV-ers zelf gedaan worden of worden uitbesteed aan een bedrijf welke één keer (of vaker) per jaar langskomt om houdbaarheid van verbandmiddelen te controleren en aan te vullen waar nodig.

Sommige bedrijven hebben daarnaast 1 of meerdere AED’s. BHV-ers zijn opgeleid om deze te gebruiken en te controleren.

Zorg door middel van herkenbaarheidkleding dat duidelijk is wie de BHV-ers zijn tijdens een calamiteit.

Communicatiemiddelen:

  • Bestaat een vestiging uit meerdere afgescheiden afdelingen, dan is vastgelegd hoe de BHV-ers te bereiken zijn en hoe onderlinge communicatie opgezet is. In kleine vestigingen kan soms nog volstaan worden met roepen, maar bij meerdere ruimtes is bellen sneller.
  • Bij grotere en/of complexere gebouwen is een groter BHV-team nodig. In dat geval is het niet meer toereikend om enkel te kunnen bellen. Het duurt dan te lang om alle BHV-ers te bereiken en bovendien bestaat het risico dat bij stroomuitval de telefooncentrale niet meer werkt.
  • Zorg in geval van een grote BHV-ploeg dat deze medewerkers tegelijk kunnen worden bereikt (bijvoorbeeld door een centraal alarmnummer dat bij de receptie of beveiliging uitkomt, die vervolgens de BHV-ers alarmeert m.b.v. piepers). Zorg hierbij dat de BHV-ers onderling kunnen communiceren d.m.v. portofoons als de complexiteit dit nodig maakt. Een tussenoplossing is een centraal noodnummer, waarbij bij alle BHV’ers tegelijk de telefoon overgaat. Dit gaat uit van het principe dat er altijd wel iemand aanwezig en bereikbaar is.

Persoonlijke Beschermingsmiddelen

Worden er gevaarlijke stoffen opgeslagen, dat moeten BHV-ers geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen hebben, die beschermen tegen de aard en manieren van vrijkomen van de gevaarlijke stoffen bij een calamiteit. Ook moet hierbij rekening gehouden worden met de kennis en kunde van de BHV-er. Als er adembescherming nodig is, is het meestal beter om dit aan de externe hulpdiensten over te laten en tot ontruiming over te gaan.

Goede praktijken bij deze richtlijn